Eland (Alces Alces)

Eland (Alces Alces)

150.00 incl. BTW

1 op voorraad

schedeldeel Eland

Latijnse naam: Alces Alces

Afmetingen: 96 cm breed 40 cm uit de wand en 70 cm hoog

Staat:  In zeer goede conditie, de fotos geven een goede indruk van deze schedel

Herkomst: Deze schedel hebben wij in Denemarken ingekocht.

1 op voorraad

Beschrijving

De eland (Alces alces) is het grootste recente zoogdier uit de familie der hertachtigen (Cervidae). De wetenschappelijke naam van de soort werd als Cervus alces in 1758

[bewerken]

De eland is een zeer groot dier met een opmerkelijke snuit. De vacht is ruw en grijsbruin van kleur. De rui valt in de lente. De poten zijn lang, waardoor hij in de diepe sneeuw kan lopen, en zijn grijzig wit. Bij vrouwtjes (koeien) loopt deze kleur over tot bij de staart. Volwassen mannetjes (stieren) hebben een baard en een gewei. Elanden hebben een sterk ontwikkeld reuk- en gehoororgaan. Het zicht is echter beperkt.

De eland heeft een kop-romplengte van 200 tot 290 centimeter. Het vrouwtje is ongeveer 25% kleiner dan het mannetje. Het mannetje heeft een schofthoogte van 180 tot 220 centimeter en een lichaamsgewicht van 320 tot 800 kilogram, het vrouwtje een schoft van 150 tot 170 centimeter en een gewicht van 275 tot 375 kilogram. De staart is vrij klein, en wordt slechts 7 tot 10 centimeter lang. Het gewei kan gemakkelijk een spanwijdte bereiken van 2 meter.

Elandstieren hebben over het algemeen een breed, bladvormig schoffelgewei met korte uitsteeksels, maar er zijn ook individuen met een takvormig stanggewei. Het voorkomen van beide typen is geografisch bepaald: zo hebben stieren in het zuiden van Scandinavië vaker een stanggewei en in het noorden van Scandinavië vaker een schoffelgewei. Met name grote schoffelgeweien zijn geliefde jachttrofeeën. Het gewei wordt ieder jaar tussen december en maart afgeworpen. In april zal het weer aangroeien, en in augustus of september of oktober wordt de basthuid afgeschuurd.

Voedsel en leefgebied

De eland leeft voornamelijk van scheuten en twijgen van bomen als de grove den (Pinus sylvestris). Ook eet hij de schors van wilgen (Salix) en ratelpopulieren (Populus tremula). ’s Zomers bestaat het dieet grotendeels uit grotere kruiden, bladeren en waterplanten, in de herfst eet hij vaker granen. ’s Winters eet een eland gemiddeld zo’n tien kilogram aan twijgen en scheuten per dag.

De eland komt voornamelijk voor in naaldbossen. Hij heeft een voorkeur voor meer drassige streken als riviervalleien en meren. De eland is een uitstekende zwemmer en is regelmatig in het water te vinden. ’s Winters zoekt hij drogere gebieden op