Witstaarthert (Odocoileus virginianus)

€475,00 incl. BTW

1 op voorraad

shouldermount van een witstaart hert
Latijnse naam: Odocoileus virginianus
Afmetingen: 45x52x90cm hoog

 

1 op voorraad

SKU: whitetail Categorie: Tags: , , , ,

Beschrijving

Het witstaarthert of Virginiaans hert (Odocoileus virginianus) is een Amerikaans hert. Het komt voor in Zuid-Canada, de gehele Verenigde Staten behalve het zuidwesten, en geheel Midden-Amerika zuidwaarts tot Brazilië en Peru. Het komt ook in een groot aantal habitats voor: van bossen tot woestijnen, van bergen tot moerassen. Zelfs in buitenwijken wordt het witstaarthert aangetroffen. De soort is ingevoerd in Nieuw-Zeeland, Finland, Tsjechië en Slowakije.

Herkenning

Het witstaarthert heeft een schofthoogte van 68 tot 114 centimeter, een staartlengte van 15 tot 33 centimeter en een kop-romplengte van 173 tot 180 centimeter. Mannetjes wegen 68 tot 141 kilogram, vrouwtjes 41 tot 96 kilogram. Enkele ondersoorten, als het Keyhert (O. v. clavium) uit de Florida Keys, worden niet zwaarder dan 23 kilogram.

In de zomer is de vacht roodachtig bruin, in de herfst verandert het in grijzig bruin. De onderzijde is wit, evenals een keelvlek, de kring om de ogen en de snuit en de binnenzijde van de oren. De bruine staart is aan de onderkant en op de punt wit, waaraan het dier zijn naam dankt. De bok draagt een gewei. De kalveren zijn gevlekt.

Gedrag

Het witstaarthert is een nachtdier dat zich ook regelmatig overdag laat zien. Overdag verbergt hij zich tussen de begroeiing, en ’s avonds komt hij tevoorschijn.

Het witstaarthert gebruikt altijd dezelfde gangen, op zoek naar voedsel. Deze herbivoor voedt zich o.a. met grassen, kruiden en bladeren. Het witstaarthert eet 2¼ tot 4 kilogram aan voedsel per dag. Om dit dagelijks te verkrijgen, vult hij zijn menu ’s zomers aan met waterplanten, in de herfst met noten en maïskolven en ’s winters met twijgen en knoppen, bast, paddenstoelen en korstmossen. Het is ook vastgesteld dat ze soms de nesten van loopvogels leegroven.[2] Water haalt hij niet alleen uit zijn voedsel, en hij moet dus regelmatig drinken.

Witstaartherten zijn groepsdieren. Een groep bestaat uit bokken of uit een moeder met haar jongen. Een bokkengroep bestaat uit drie tot vijf dieren. In de groep heerst een hiërarchie. De herten dagen elkaar uit door te staren, het hoofd omhoog of omlaag te knikken of de oren te laten hangen. Een gevecht bestaat meestal uit schoppen. De hiërarchische volgorde wisselt regelmatig en valt uit elkaar bij het begin van de bronsttijd. ’s Winters vormen de bokken en hindes samen grote kudden, tot wel honderdvijftig dieren. De dieren zijn niet territoriaal. Een hinde leidt de groep.

Poema en wolf zijn de belangrijkste natuurlijke vijanden van een wistaarthert. Bij gevaar maakt het witstaarthert snuivende geluiden en stampt hij met zijn hoeven. In de vlucht vlagt hij zijn staart, waarbij de grote witte vlek (de spiegel), die normaal wordt verborgen door de staart, zichtbaar wordt. Dit doet het hert om andere witstaartherten te waarschuwen. Via de witte vlek kan ook het kalfje de moeder volgen.

Witstaartherten zijn uitstekende zwemmers en renners. Het hert kan tot 58 kilometer per uur rennen. Ook kan hij 9 meter ver en 2,6 meter hoog springen.

Ga naar de bovenkant